Reducties

Alle verminderde tarieven worden gestaafd met een attest of document dat de geldigheid voor de korting bewijst hetzij op het moment van inschrijving hetzij in de maand september van het schooljaar waarvoor de korting wordt aangevraagd.
De bewijsstukken kunnen zowel in schriftelijke als elektronische vorm, dus via e-mail, scan, foto… aan de academie overgemaakt worden.

Als de leerling op de dag van inschrijving niet kortingsgerechtigd is, maar wel in de loop van de maand september komt hij alsnog in aanmerking voor verminderd inschrijvingsgeld.

Om in aanmerking te komen voor het verminderde inschrijvingsgeld moet de leerling op de dag van de inschrijving aan minstens één van de volgende voorwaarden voldoen:

Werkzoekend uitkeringsgerechtigd volledig werkloos zijn;

Attest: één van volgende bewijsstukken:

  • een attest uitgereikt door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB)
  • een attest uitgereikt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA)

Verplicht ingeschreven zijn als werkzoekende op grond van de reglementering in verband met de arbeidsvoorziening en de werkloosheid;

Attest: één van volgende bewijsstukken:

  • een attest uitgereikt door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB)
  • een attest uitgereikt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA)

Een leefloon van het OCMW ontvangen of een uitkering die daarmee gelijkgesteld is;

Attest: één van volgende bewijsstukken:

  • Een attest uitgereikt door het OCMW
  • Een UiTPAS met kansenstatuut op naam

Een inkomensgarantie voor ouderen of een rentebijslag ontvangen;

Attest: één van volgende bewijsstukken:

  • Een attest afgeleverd door de Federale Pensioendienst
  • Een UiTPAS met kansenstatuut op naam

Erkend zijn als persoon met een handicap en een tegemoetkoming van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid ontvangen of een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood ontvangen, zoals vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, of met eenzelfde tegemoetkoming bij de equivalente instanties van de andere Gemeenschappen zoals bepaald in de Bijzondere wet tot hervorming der instellingen, artikel 1 en artikel 5 §1, II of houder zijn van een European Disability Card;

Attest: één van volgende bewijsstukken:

  • een attest dat het recht aantoont op een tegemoetkoming aan personen met een handicap of een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood dat is uitgereikt door de FOD SZ (Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid);
  • een rekeninguittreksel waaruit een tegemoetkoming aan personen met een handicap of een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood blijkt van de FOD SZ (Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid);
  • een European Disability Card conform het protocolakkoord van 10 oktober 2016 over het project European Disability Card tussen de Federale Regering, de Vlaamse Regering, de Waalse Regering, de Franse Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Regering.

Jongere zijn met een specifieke ondersteuningsbehoefte als vermeld in artikel 6, § 6, van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018 betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag;

Attest: één van volgende bewijsstukken:

  • een attest van de FOD SZ, met vermelding van ten minste 4 punten op pijler 1 (het criterium ‘lichamelijke en psychische gevolgen van de handicap) of ten minste 6 punten in totaal
  • een attest van één van de uitbetalers van het Groeipakket (Vlaanderen) of van Famiris (Brussel) met vermelding van zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte
  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam
  • een EDC conform het protocolakkoord van 10 oktober 2016 over het project EDC tussen de Federale Regering, de Vlaamse Regering, de Waalse Regering, de Franse Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Regering.

In een gezinsvervangend tehuis of in een medisch-pedagogische instelling (MPI) of in een pleeggezin verblijven;

Attest: één van volgende bewijsstukken:

  • een schriftelijke of elektronische verklaring van de directie van de instelling waar de leerling verblijft of die de leerling geplaatst heeft
  • een recent attest van de pleeggezinnendienst
  • een recent vonnis van de jeugdrechtbank

Het statuut van erkend politiek vluchteling bezitten;

Attest: één van volgende bewijsstukken:

Voor ten minste 66% arbeidsongeschikt zijn;

Attest: één van volgende bewijsstukken:

  • een attest van de ziekteverzekering als het een geldigheidsperiode vermeldt en een graad van arbeidsongeschiktheid of mindervaliditeit van ten minste 66%;
  • een attest van de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv) conform artikel 100 §1 van de wet 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
  • een attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, met vermelding van “vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen”

Begunstigde zijn van de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering;

Attest: één van volgende bewijsstukken:

  • een attest van de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering dat is uitgereikt door de overheidsinstantie die de uitkering betaalt
  • een attest dat de leerling een leefloon van het OCMW ontvangt of een uitkering die daarmee gelijkgesteld is
  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam

UiTPAS

Houders van een UiTPAS met kansenstatuut komen in aanmerking voor het verminderd tarief, zonder bijkomende documenten te moeten voorleggen.

De gemeente waar de leerling woont, reikt de UiTPAS op naam uit. Die gemeente of UiTPAS-regio, kent het kansenstatuut toe aan een of meer van volgende groepen van rechthebbenden: begunstigden van een leefloon, een inkomensgarantie voor ouderen, verhoogde kinderbijslag of verhoogde verzekeringstegemoetkoming.

Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie, betaalt het verminderde inschrijvingsgeld voor jongeren

  • als een ander lid van de leefeenheid waartoe hij behoort het inschrijvingsgeld al heeft betaald in dezelfde of een andere academie;
    • Attest: geldig identiteitsbewijs én attest gezinssamenstelling
  • als een ouder, broer of zus met een andere hoofdverblijfplaats die het inschrijvingsgeld al heeft betaald in dezelfde of een andere academie
    • Kids ID
    • Vonnis jeugdrechtbank van gedeelde huisvestiging
    • getuigschrift van gedeeld verblijf
    • Attest:
  • voor iedere extra inschrijving in een ander domein aan dezelfde of een andere academie.
    • Attest: geldig identiteitsbewijs én attest inschrijving andere academie

Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie en die op hetzelfde adres woont als iemand die recht heeft op reductie (dat kan een ouder, broer/zus, inwonende tante, etc.) krijgt zelf ook vermindering

Attest:

  • het bewijsstuk voor de geldende reductie;
  • + een recente gezinssamenstelling die aantoont dat de leerling op hetzelfde adres woont als de rechthebbende.

Een leerling, ouder dan 18 jaar en die de leeftijd van 25 jaar niet heeft bereikt, betaalt het reductietarief voor volwassenen.

Attest:

  • Geldig identiteitsbewijs

OPGELET: om te kunnen genieten van de reducties moeten de attesten tijdig in ons bezit zijn (ten laatste 30 september)

Deel deze pagina

donderdag 4 juli 2024