Kleine landschapselementen aanleggen en beheren - subsidie

U kan een subsidie aanvragen voor de aanleg en het onderhoud van bepaalde kleine landschapselementen. De betoelaagbare objecten zijn gelegen in de landelijke ruimte van het grondgebied van de gemeente. Onder landelijke ruimte wordt verstaan de zones die op het Gewestplan aangeduid zijn als agrarisch gebied, landschappelijk waardevol agrarisch gebied, bosgebied, natuurgebied, natuurreservaat en parkgebied.

Voor de lijnvormige aanplantingen wordt de betoelaging uitgebreid tot de woongebieden. Onder woongebieden wordt verstaan de zones die op het gewestplan aangeduid zijn als woongebied, woonuitbreidingsgebied, woongebied met landelijk karakter, woongebied met culturele, historische of esthetische waarde

Als betoelaagbare kleine landschapselementen komen in aanmerking:

  • lijnvormige beplantingen, zoals hagen, heggen, houtkanten, en bomenrijen, die als zelfstandig element in het landschap voorkomen, en die bestaan uit streekeigen boom- of struiksoorten (lijst in bijlage)
  • hoogstammige vruchtenboomgaarden
  • poelen

Voorwaarden

De betoelaging wordt toegekend aan de aanvrager. De aanvrager dient gerechtigd te zijn tot het verrichten van de aanleg- of onderhoudswerken waarvoor de aanvraag wordt ingediend.

De aangevraagde werken dienen in overeenstemming te zijn en te verlopen met de van toepassing zijnde regelgeving en gebruiken.

De aanvrager verbindt zich tot de nodige instandhoudingszorg voor de objecten waarvoor toelage wordt verkregen. Hij staat o.m. in voor vrijwaring tegen vraat vanwege vee of wild, en vervanging van afgestorven of sterk misgroeiende exemplaren in het eerstvolgend plantseizoen.

Procedure

De aanvragen tot betoelaging worden ingediend bij het College van Burgemeester en Schepenen. De aanvraag bevat:

  • de naam, de hoedanigheid, het adres en het rekeningnummer van de aanvrager
  • een situeringsplan op schaal 1/10.000 van het object waarvoor toelage wordt aangevraagd; het benodigde planuittreksel daartoe kan bij de Dienst Leefmilieu worden aangevraagd;
  • een beschrijving van de aard van de werken die voorgenomen worden:
  1. aanleg/onderhoud
  2. haag/heg/houtkant/bomenrij/hoogstamfruitboom/poel
  3. voor beplantingsobjecten: lengte/aantallen/plantafstanden/soort of soortensamen-stelling/afmetingen plantgoed
  4. voor poelen: oppervlakte, diepte, volume van de uitdieping, voorziene omheining,
  5. voorgenomen periode van uitvoering
  6. een becijfering van de aangevraagde toelage, volgens de gegevens in artikel 3, 5 en 9.

Het College van Burgemeester en Schepenen beslist omtrent de toekenning van de toelage en het bedrag ervan, na advies van de Dienst Leefmilieu. Aan de toekenning van de toelage kunnen door het College nadere condities worden verbonden met betrekking tot de soortensamenstelling of de uitvoeringswijze.

De toekenning van de toelage kan worden geweigerd wanneer de uitvoering van het voorgestelde werk om natuur- of landschapsredenen of gezien de staat van het object door het College ongewenst geacht wordt.

De betoelaging die aan een aanvraag wordt toegekend kan worden beperkt tot 250 euro. De betoelaging wordt voor wat betreft de aankoop van het plantgoed bepaald op basis van facturen.

De aanvrager wordt van de beslissing van het College schriftelijk of de hoogte gebracht.

De aanvrager aan wie een toelage werd toegekend bericht het gemeentebestuur binnen de 9 maanden van de voltooiing van de aanleg- of onderhoudswerken, zo niet vervalt de toegekende toelage. Aan dit bericht wordt een aanvraag tot uitbetaling toegevoegd. Het gemeentebestuur kan de uitvoering ter plaatse controleren alvorens tot uitbetaling over te gaan.

Wanneer de uitvoering onvolledig of gebrekkig uitgevoerd is, kan de toelage bij beslissing van het College verminderd, uitgesteld of geweigerd worden.

Er wordt in geen geval een hogere vergoeding uitgekeerd dan bij de toekenning voorzien.

De toelage kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer:

  • belangrijke delen van de beplanting door kennelijk gebrek aan zorg of vervanging niet tot uitgroei komen
  • een poel geheel of gedeeltelijk wordt gedempt, of derwijze wordt behandeld dat de natuurfunctie ervan ernstig wordt geschaad.
  • het betoelaagde kleine landschapselement niet gedurende tien jaar behouden blijft.

Bedrag

Voor aanplant of aanleg kunnen volgende toelagen worden verstrekt:

- voor een haag, heg of houtkant: 0,50 euro per plant

De aanplanting dient een lengte van minimaal 25 meter te hebben.

De plantafstanden zijn: 0,3 tot 0,5 m in hagen, 1 m in heggen en in houtkanten; het plantgoed heeft een minimumformaat van 60-80 cm.

- voor een bomenrij:

aanplant van hoogstammige beworteld plantgoed: 10 euro per boom. Het plantgoed heeft een stamomtrek van minstens 8 tot 10 cm.

Aanplant van niet bewortelde poten: 2,50 euro per stuk. De poten hebben ter hoogte van het maaiveld een stamomtrek van minstens 25 cm.

De plantafstand in de rij bedraagt 7 tot 10 meter voor hoogstammige bomen, en 5 tot 7 meter voor knotbomen.

Minimum aan te planten: 10 exemplaren voor bewortelde poten en 20 exemplaren voor niet bewortelde poten.

- Voor een gecombineerde aanplant van een haag of heg met een bomenrij geldt de samenvoeging van de overeenkomstige bepalingen en bedragen.

- Voor hoogstammige vruchtbomen: 10 euro per boom; de aanplant betreft minstens 10 bomen. De plantafstand in de rij bedraagt minimum 8 meter.

- Voor de aanleg van een poel: 5 euro per m³

De poel moet aan volgende voorwaarden voldoen:

  • oppervlakte ter hoogte van het maaiveld moet minimaal 40 m² zijn
  • diepte tussen 1 m en 1,5 m
  • grotere waterpartijen met een minimum oppervlakte van 100 m² moeten een dieptepunt hebben dat het jaar rond water bevat
  • trapsgewijze of glooiende oevers, in het bijzonder voor wat de noordelijke oeverzone betreft
  • maximum de helft van de waterpartij mag overschaduwd worden
  • omheining: indien geplaatst dan op 1,5 m afstand van de oever; indien gelegen in een weiland dan minimum 2/3 van de omtrek omheining
  • chemische bestrijdingsmiddelen blijven tot 3 meter van de oeverrand
  • meststoffen: 5 meter van de oeverrand
  • uitzetten van gelijk welke vissoorten, eenden, ganzen en zwanen is verboden omdat deze dieren predators zijn van eieren en larven van amfibieën
  • het beplanten gebeurt uitsluitend met inheemse plantensoorten

Voor het onderhoud kunnen volgende vergoedingen worden toegekend:

  • voor een onderhoudssnoei van een haag met een lengte van minimaal 25 m: 0,50 euro per lopende meter; de toelage is om de twee jaar of meer toekenbaar.
  • voor een onderhoudssnoei van een heg of houtkant met een lengte van minimaal 25 meter: 1,25 euro per lopende meter; de toelage is om de 5 jaar of meer toekenbaar.
  • voor het knotten van een knotbomenrij: 7,50 euro per boom; de toelage is om de 5 jaar of meer toekenbaar, voor de eerste snoei 5 jaar na aanplanten. De snoeit gebeurt bij voorkeur tussen 25 november en 5 maart bij min. 3°C. De aanvrager ontvangt de brochure “Knotwilgen” van Aminal.

Uitzonderingen

Beplantingen of herbeplantingen die voorvloeien uit de toekenning van een vellings-, bouw- of milieuvergunning komen niet in aanmerking voor toelage voor aanplant.

De aanvrager mag geen andere subsidies aanvaard hebben voor de aanplant of aanleg.

Deel deze pagina

dinsdag 23 april 2019