Het houden, behandelen en slachten van dieren is aan specifieke wetgeving onderworpen. De verplichtingen in kader van dierenwelzijn moeten ten allen tijde gerespecteerd worden. In geval van slachting is het onder andere ten zeerste verboden dit zonder verdoving uit te voeren. In geval van slacht van bepaalde dieren is de slachtaangifte een slachtbewijs verplicht.
Indien het gaat over een particuliere thuisslachting (de slachting van een dier die thuis bij de eigenaar plaatsvindt) kan u het slachtbewijs bij het lokaal bestuur bekomen. Indien u de slachting laat uitvoeren in een erkend slachthuis, kan u voor sommige dieren het slachtbewijs bij het lokaal bestuur aanvragen maar kan dat ook rechtstreeks bij aanmelding in het slachthuis bekomen worden.
Met de navolgende informatie zetten wij u alvast op weg in de regelgeving. De hieronder vermelde info kadert in de wetgeving inzake dierenwelzijn maar hou er rekening mee dat ook andere wetgeving van toepassing kan zijn.
1. Zieke, gewonde of verzwakte dieren op een landbouwbedrijf
1.1. Verzorging en zo nodig euthanasie
Zieke, gewonde of verzwakte dieren op een landbouwbedrijf moeten zo snel en zo goed mogelijk verzorgd worden. Indien nodig moet er een dierenarts bij gehaald worden. Als er slechte vooruitzichten zijn of in geval de behandeling geen soelaas brengt, kan het nodig zijn om het zieke, gewonde of weinig levenskrachtige dier te euthanaseren. Dat dient op humane wijze te gebeuren door een bevoegd persoon die zijn vakbekwaamheid kan aantonen.
1.2. Vervoer
Een ziek, gewond of zwak dier is meestal niet geschikt voor vervoer, wat betekent dat het vervoer ervan een overtreding vormt tegenover de wetgeving inzake dierenwelzijn. In dergelijk geval moet het dier op het bedrijf gehouden worden tot het genezen of aangesterkt is, of daar blijven voor eventuele euthanasie.
1.3. Fysiek
In geval van euthanasie mag het vlees niet geconsumeerd worden en is het karkas bestemd voor vernietiging.
2. Thuisslachting
2.1. Algemeen
Het vlees van dieren die thuis geslacht worden mag uitsluitend door het gezin van de eigenaar geconsumeerd worden. Het is verboden het vlees te schenken of te verkopen aan derden. Er geldt een beperking van maximaal twee dieren per jaar die thuis mogen geslacht worden. De wetgeving inzake dierenwelzijn is van toepassing, ook wat betreft de verplichte verdoving van het dier.
Slachtafval mag in geen geval met de reguliere huisvuilophaling in de gemeente worden meegegeven noch begraven of als sluikstort ergens achter gelaten worden. Slachtafval dient meegegeven te worden met geregistreerde inzamelaars (bv. Rendac), handelaars of makelaars van dierlijke bijproducten.
2.2. Pluimvee, konijnen en gekweekt klein wild
Deze dieren mogen thuis geslacht worden mits in acht neming van de regels inzake dierenwelzijn. Dat wil zeggen dat de slachting op humane wijze moet gebeuren door een bevoegd persoon die zijn vakbekwaamheid en het in bezit zijn van een verdovingstoestel kan aantonen, én dat de dieren vóór de slacht verdoofd worden volgens de wettelijk toegelaten methode. De wetgeving inzake dierenwelzijn dient ten allen tijde gerespecteerd te worden.
Het vlees van deze thuis geslachte dieren mag uitsluitend geconsumeerd worden door de eigenaar en zijn gezin, en mag niet geschonken of verkocht worden aan derden. Voor deze slachtingen is geen slachtaangifte/-bewijs nodig.
2.3. Varkens, schapen, geiten en gekweekte wilde hoefdieren/hertachtigen
Deze dieren mogen uitsluitend thuis geslacht worden op voorwaarde dat:
- u een actieve landbouwer bent
- u een persoon bent die het ?Getuigschrift van vakbekwaamheid? heeft en kan aantonen dat u in het bezit bent van een verdovingstoestel.
In geval u onder deze uitzonderingsregel valt, dient de slachting uitgevoerd te worden door een bevoegd persoon die zijn vakbekwaamheid en het in bezit zijn van een verdovingstoestel kan aantonen én dat de dieren vóór de slacht verdoofd worden volgens de wettelijk toegelaten methode. De wetgeving inzake dierenwelzijn dient ten allen tijde gerespecteerd te worden.
Het vlees van deze thuis geslachte dieren mag uitsluitend geconsumeerd worden door de eigenaar en zijn gezin, en mag niet geschonken of verkocht worden aan derden. Voor deze slachtingen is een slachtaangifte/-bewijs verplicht dat door het lokaal bestuur wordt afgeleverd.
3. Slachting in een slachthuis
3.1. Algemeen
Ook al is het toegestaan om bepaalde dieren thuis te slachten, u kan voor elke slachting rechtstreeks naar een erkend slachthuis gaan. Indien u in geval van varkens, schapen, geiten en gekweekte wilde hoefdieren/hertachtigen geen slachtbewijs bij het lokaal bestuur heeft afgehaald, kan dit bij aanmelding in het slachthuis daar afgeleverd worden.
3.2. Runderen en paarden
Deze dieren mogen uitsluitend in een erkend slachthuis geslacht worden. Voor deze slachtingen is een slachtaangifte/-bewijs verplicht dat door het slachthuis zelf wordt afgeleverd.
3.3. Varkens, schapen, geiten en gekweekte wilde hoefdieren/hertachtigen
Indien u niet onder de uitzonderingsmaatregel valt vermeld onder punt 2.3., dienen deze dieren in een erkend slachthuis te worden geslacht. Voor deze slachtingen is een slachtaangifte/-bewijs verplicht dat u kan bekomen bij het lokaal bestuur maar dat ook bij aanmelding in het slachthuis daar kan afgeleverd worden.
4. Religieuze slachting
Religieuze slachtingen mogen uitsluitend in een (tijdelijk) erkend slachthuis uitgevoerd worden. Voor deze slachtingen is een slachtaangifte/-bewijs verplicht dat door het slachthuis zelf wordt afgeleverd.
5. Noodslachting
Een noodslachting is het buiten een slachthuis slachten van een gezond dier dat een acuut ongeval heeft gehad en dat om welzijnsredenen niet mag vervoerd worden. Alvorens het dier wordt geslacht moet een ante-mortem keuring worden uitgevoerd door de dierenarts. Nadien kan het dier geslacht worden met in acht neming van de regels inzake dierenwelzijn en bedwelmingsmethoden.
Het geslachte en verbloede dier dient zonder nodeloos uitstel en onder hygiënische omstandigheden naar een erkend slachthuis vervoerd te worden. Daar wordt het karkas aan een bijzondere keuringsprocedure onderworpen en eventueel in de voedselketen toegelaten.
Opgelet! Rekening houdend met de wetgeving inzake preventie van varkenspest, is een noodslachting bij varkens verboden. Gelieve hiervoor de toepasselijke regelgeving te volgen.
Procedure
De eigenaar van varkens, schapen, geiten en gekweekte wilde hoefdieren/hertachtigen die thuis geslacht worden, dient zich voor aangifte aan te melden bij het lokaal bestuur.
Laat u deze dieren in een erkend slachthuis slachten, dan kan u voor het slachtbewijs nog steeds bij het lokaal bestuur terecht of kan u het verkrijgen bij aanmelding in het slachthuis. Voor andere dieren waarvoor het lokaal bestuur zelf geen slachtbewijs kan afleveren, richt u zich tot het slachthuis. De slachtaangifte wordt geregistreerd in de gegevensbank van het FAVV waarna het slachtbewijs gratis door het lokaal bestuur wordt afgeleverd.
De aangifte moet minimum twee werkdagen vóór de slachting gedaan worden waarna het slachtbewijs acht kalenderdagen geldig blijft.
Bedrag
Het slachtbewijs wordt gratis afgeleverd.
Regelgeving
- De Vlaamse Codex Dierenwelzijn
- De Europese verordening (GE) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden
Wat meebrengen
- identiteitskaart
- uw registratienummer bij het FAVV*
- het beslagnummer**
- het Sanitel- of oornummer van het dier
- uw "Getuigschrift van vakbekwaamheid"
- uw bewijs dat u in het bezit bent van een verdovingstoestel.
Opgelet! Indien het gaat over varkens, schapen, geiten en gekweekte wilde hoefdieren/hertachtigen, dient u ook een uittreksel van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij mee te brengen waaruit blijkt dat u een actieve landbouwer bent.
* Het registratienummer bij het FAVV dient u éénmalig aan te vragen en niet alleen voor het thuis slachten maar ook voor slachting in een erkend slachthuis.
** Alle houders van bovengenoemde dieren dienen geregistreerd te zijn bij de dienst Dierengezondheidszorg Vlaanderen, waar zij een beslagnummer krijgen. Dat is het nummer van het landbouwbedrijf of de particulier waar het dier gehouden wordt en ingeschreven is.
